“Guilt/Skuld” - Zuid-Afrikaanse literatuur in Leiden
Peter Liebregts
Als Hoogleraar Moderne Engelstalige Letterkunde in Mondiaal Perspectief heb ik o.a. de taak om te laten zien dat er ook buiten Engeland en de Verenigde Staten Engelstalige literaire teksten worden geschreven die een plaats verdienen in onze onderwijsprogramma’s die jarenlang door Engelse en Amerikaanse (en Ierse) auteurs zijn gedomineerd. Zo hebben dr. Eep Francken van de Opleiding Nederlands en ik al verscheidene malen MA-cursussen aangeboden waarin de Zuid-Afrikaanse literatuur centraal staat. Twee jaar geleden verzorgden we de cursus “Coloured Writers/ Bruine schrijvers” waarin we aandacht schonken aan de enorme groei die de literatuur van de zgn. ‘bruinmense’ de laatste 15 jaar heeft meegemaakt. Naast ‘klassiekers’ als Peter Abrahams en Bessie Head, lazen we veel recent werk van Zoë Wicomb, Kirby van der Merwe, E.K.M. Dido en Elias P. Nel. Het aardige van zo’n samenwerkingsverband tussen Nederlands en Engels is dat we zo enigszins recht kunnen doen aan de rijkheid van de Zuid-Afrikaanse literatuur doordat we de studenten, die zowel van de Opleiding Nederlands als van de Opleiding Engels komen, 6 Engelstalige en 6 Afrikaner teksten laten lezen. Uiteraard zijn we in Nederland in een bijzondere positie om dat te kunnen doen, omdat studenten die het Nederlands beheersen al vrij snel, na een korte periode van gewenning, romans in het Afrikaans kunnen lezen. Zo worden ze zich niet alleen bewust van de bijzondere band die Nederland eeuwenlang heeft gehad met Zuid Afrika, maar de combinatie van talen geeft hen ook toegang tot verschillende perspectieven op de complexe politieke en sociale geschiedenis van het land. Dat was ook ons uitgangspunt bij de cursus die we dit semester hebben gegeven, “Guilt/Skuld”, waarin we zijn ingegaan op een voor Zuid Afrika wezenlijke thema middels teksten van o.a. J.M. Coetzee, Nadine Gordimer, Andre Brink, Etienne van Heerden, Gillian Slovo, en Marlene van Niekerk (door lezing van het inmiddels fameuze “Agaat”). Hierin schonken we aandacht aan noties van persoonlijke schuld, collectieve schuld, berouw, spijt, en het geweten, in een Zuid-Afrikaanse context ten tijde van kolonisatie, de Anglo-Boerenoorlog, apartheid, antiapartheidsstrijd, en postapartheid. Bijzonder hierbij was de deelname van 3 studenten van de Universiteit van Stellenbosch, die ons Nederlandse docenten en studenten vaak actuele en alledaagse perspectieven wisten te bieden op de discussies van de teksten.
In mijn onderzoek komt de Zuid-Afrikaanse literatuur ook aan bod, vooral in de figuur van J.M. Coetzee die zonder twijfel één van de grootste Engelstalige schrijvers van dit moment is. Coetzee’s werk is intrigerend om teveel redenen om op te noemen maar waar ik vooral in geinteresseerd ben is in zijn dialoog met de Westerse literaire traditie middels zijn vele intertekstuele verwijzingen, zijn onderzoek naar de grondslagen en de praktijk van de ethiek, en zijn voortdurende experimenten met traditionele literaire vormen, waardoor hij een oeuvre heeft gecreëerd wat zonder meer uniek te noemen is. Het is dan ook niet voor niets dat ik na mijn benoeming als hoogleraar onmiddellijk besloot dat ik mijn oratie aan Coetzee wilde wijden, en volgend jaar zal ik voor de derde keer een complete MA-cursus besteden aan zijn werk waarin we al zijn romans zullen lezen. Kortom, ik hoop dat door dit alles Zuid-Afrika en zijn rijke literatuur meer in het zichtveld van de studenten Engels en anderen is gekomen.
