Zondagavond, 27 juni. Ik heb in een Beach Pub nabij Mossel Bay een merkwaardig gesprek, waarin verschillende opvallendheden van de afgelopen week terugkomen. Ik zal een korte situatieschets geven, zodat u zich enigszins in kan leven. De club waar het gesprek plaatsvond, wordt bereikt door na het trotseren na een glibberig modderpad (ja, het heeft zaterdag de hele middag en avond geregend) een steile weg omhoog te volgen. Het ziet er prachtig uit: een wit gebouw omringd door een grasveld en bomen. De zwart-witte Border Collie (Skaaphond) die op je af komt rennen laat je denken dat je in een scène van de serie Stellenbosch terecht gekomen bent. Niet zo raar, Mossel Bay ligt enigszins in de buurt van dit inmiddels wereldberoemde stukje Zuid-Afrika voor wijndrinkend en Stellenbosch-kijkend Nederland. Aan de andere zijde van het gebouw heb je een prachtig uitzicht over de zee en een smal pad leidt je naar een stuk privé-strand. Dit in schril contrast met de binnenzijde van dit pittoreske geheel. Daar zit reeds om drie uur ’s middags het aangeschoten personeel aan de bar. De televisie wordt op ons verzoek op de wedstrijd Zuid-Afrika – Italië gezet, rugby welteverstaan. Dat blijft voor mijn gezelschap toch sport nummer één. De club bestaat uit drie ruimtes: Allereerst is er een bar die à la Franse Slag in elkaar gezet is met enkele hoge tafels en natuurlijk barkrukken welke bezet zijn door vrienden van de barmedewerkers en barmedewerkers die nog niet aan het werk zijn (en waarvan later blijkt dat ze niet aan het werk zullen gaan). De ruimte waar mijn gezelschap en ik ons bevonden ten tijde van de wedstrijd is een ruimte met enkele tafels en stoelen en drie bankstellen, het heeft wel iets weg van een huiskamer. Tot slot is er ‘buiten’: een veranda waarop je, zoals ik al eerder stelde, een geweldig uitzicht hebt over zee zittend aan een van de picknicktafels of staande bij de braai.
Dan nu, mijn gesprekspartner. Eén van de barmedewerkers die volgens mij meer zelf opdrinkt dan hij verkoopt. Hij heeft twee ‘Bachelordegrees’ namelijk psychologie en een door mij vergeten degree. Of ik het niet raar vond dat hij hier werkte met die degrees? Vroeg hij in het Afrikaans. Ik versta deze taal prima, maar ik heb echt nog iets langer nodig om er een vlot gesprek mee te kunnen onderhouden. Ik antwoordde in het Engels dat ik dat niet raar vind en dat ik vind dat iemand moet doen waar hij of zij gelukkig van wordt. Of ik geen Afrikaanse was? Geen Tukkie? (Hij was er iets eerder achtergekomen dat ik met drie mannen uit Pretoria zijn club bezocht.) Nee, ik kom uit Nederland. “Amsterdam! Are you from Amsterdam? When I’m retired I want to live in Amsterdam and have my own coffeeshop. I think it’s paradise. Can you tell me about Amsterdam?” Zucht. Hoe komt het toch dat er zoveel niet-Nederlanders zichzelf per direct tot ‘Grootste Stoner van Land van Herkomst’ benoemen om een gesprek met een in hun ogen ‘Ultieme Marihuana Specialist’ te bewerkstelligen. Ik denk dat ik gisterenavond met de vierde Nummer 1 Stoner van Zuid-Afrika gesproken heb. Wellicht moet ik ze met elkaar in contact brengen, dan kunnen ze een praatgroep beginnen.
Dat was opvallendheid nummer één: Nederland staat gelijk aan Marihuana/Dagga/Weed/Drugs en de legaliteit daarvan. Opvallendheid nummer 2. De rol die koffie bij ons heeft aangaande sociale relaties, wordt in het Zuid-Afrika dat ik tot nu toe gezien heb ingevuld door alcohol. “Hoe drink jij je koffie?” is hier eerder “Welk bier drink jij?” of “Wat vind jij de lekkerste drank?” “Wil je nog een kopje koffie of zit je aan je tax?” is hier “Hoeveel heb jij al gedronken vandaag? Ben je al dronken? Hoeveel drink jij op een avond?” Mijn gesprekspartner kwam om het kwartier vertellen hoeveel hij al gedronken had en hoeveel hij nog van plan was om te drinken. Hoe vaak hij al ‘flippen’ dronken geweest was en dat hij ervan houdt dronken te zijn. Autorijden lijkt hierbij helaas geen probleem. “I don’t drink AND drive, I first drink and then I drive.” Er werd vast ook heel wat afgedronken in Nederland. Ik ben benieuwd of deze alcohol-aanbiddende houding ook zo aanwezig is als de vakanties over zijn en de voetballende en naar voetbal kijkende massa weer huiswaarts gekeerd is.
Opvallendheid drie: waarom ga ik niet naar Stellenbosch? Het is veel leuker, het onderwijs is beter en het is veiliger. Waar punt één en twee vooral terugkomen in het zuidelijke deel van Zuid-Afrika en in het bijzonder in het gesprek van gisteren heb ik de vraag “waarom Pretoria, er zijn veiligere plekken op aarde” al meerdere malen moeten beantwoorden, ook in Pretoria zelf. Wanneer ik probeer uit te leggen dat ik niet in een stad welke volledig een campus is wil wonen, omdat ik hier niet alleen ben voor het studentenleven, maar ook om Zuid-Afrika mee te maken, met al zijn mooie en lelijke kanten, wordt ik met enige regelmaat aangekeken alsof ik zojuist voorgesteld heb een witte haai te gaan vangen om daarmee door de Karoo te gaan rijden. Waarom wil je als Westerling, een Hollander, lelijke dingen als armoede en criminaliteit zien? Waarom niet het beschermde, goede en enigszins elitaire leven op Stellenbosch? Ik zoek nog naar de juiste woorden dat uit te leggen zonder over te komen als een ramptoerist vol met kritiek zoekend naar bevestiging van de reeds ingenomen standpunten. Mijn gesprekspartner is enigszins in mij teleurgesteld. Ik vraag me af of ik dat jammer moet vinden.
Dan nog even een humoristische (snaaks), doch ongemakkelijke situatie op dezelfde avond die ik jullie niet wil onthouden. Ik word gek van het ontbreken van een slot op toilet- en badkamerdeuren. Dat ik niet geoefend ben in dergelijke constructies, blijkt wel uit het feit dat ik eerst zowat één van mijn gezelschapsleden voorover het toilet in duwde (de deuren gaan naar binnen open) doordat ik in het grapje dat er “Ladies” op de toiletdeur van de heren geschreven is trapte. Nadat ik de goede deur opende, stond ik opeens bij twee andere dames in het damestoilet. Er bleek maar één toilet te zijn, waar we op dat moment met zijn tweeën omheen stonden. De derde was rustig aan het plassen. Ik heb me maar aan ze voorgesteld. Er kwam best een gezellig gesprek uit. Toen ze allebei geplast hadden en het gesprek afgerond was zijn ze weg gegaan zodat ik mijn ding kon doen. We lachten nog even en gaven toe dat het gezellig maar toch raar was. Ik heb na mijn ding gedaan te hebben maar een drankje voor ze besteld en nog even met ze gesproken terwijl we allemaal een broek aanhadden.
Reacties
Wat een verhalen... nu al..
Wat een verhalen... nu al.. zullen we dat trouwens ook gaan organiseren?
Groepsplassen in de Julia's... dan nodig ik je wel uit als introducee ;)
Nieuwe reactie inzenden